Contact
Links
Lid worden
Natuurpunt
Sitemap
Copyright
Print
Hyla
De amfibieŽn- en reptielenwerkgroep van Natuurpunt

FAQ

Veelgestelde vragen

Hier vindt u antwoorden op een aantal veelgestelde vragen over amfibieŽn. Deze lijst wordt voortdurend bijgewerkt met nieuwe vragen en antwoorden.

01: Mag je inheemse kikkers, padden en salamanders vangen in de natuur om ze uit te zetten in een tuinvijver? Zijn er winkels waar je inheemse amfibieŽn legaal kan kopen?

Het antwoord op beide vragen is heel duidelijk: neen! Sinds 1 september 2009 is het Besluit van de Vlaamse Regering met betrekking tot soortenbescherming en soortenbeheer van kracht. Dit Soortenbesluit vervangt het Koninklijk van 22 september 1980 houdende maatregelen ter bescherming van bepaalde in het wild levende inheemse diersoorten, die niet onder de toepassing vallen van de wetten en besluiten op de jacht, de riviervisserij en de vogelbescherming. Door dit Besluit van de Vlaamse Regering worden alle inheemse amfibieŽn bij wet beschermd. In dit Besluit worden een aantal verbodsbepalingen opgenomen. Zo is het verboden om inheemse amfibieŽn opzettelijk te vangen, te doden, of opzettelijk en betekenisvol te verstoren (in het bijzonder tijdens de perioden van voortplanting, de afhankelijkheid van de jongen, de overwintering en tijdens de trek). Bovendien is het verboden om inheemse amfibieŽn te bezitten, te vervoeren, te verhandelen of te ruilen. Het Soortenbesluit is van toepassing op Vuursalamander, Alpenwatersalamander, Kamsalamander, Vinpootsalamander, Kleine Watersalamander, Vroedmeesterpad, Geelbuikvuurpad, Knoflookpad, Gewone Pad, Rugstreeppad, Boomkikker, Heikikker, Bastaardkikker, Poelkikker, Meerkikker en Bruine Kikker.
Uit dit Soortenbesluit vloeit dus o.a. voort dat geen van de voornoemde soorten in tuincentra mag worden verkocht. Alle opgelijste inheemse amfibieŽn mogen evenmin uit de natuur worden weggevangen om ze uit te zetten in tuinvijvers of te houden in aquaria. Ook consumptie van de opgelijste soorten (kikkerbilletjes) is vanaf 1 september 2009 verboden. Het Besluit voorziet in een aantal afwijkingsmogelijkheden maar deze zijn zeer sterk afgelijnd en kunnen enkel worden verleend door het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB). Hiervoor moet een aangetekend schrijven aan de bevoegde diensten van het ANB worden gericht.

02: Rond een poel of vijver ligt een aantal aangevreten Gewone Padden en Bruine Kikkers op een hoopje gestapeld. Hoe kan dit fenomeen worden verklaard?

Elk voorjaar, tussen ca. 20 februari en 01 april (afhankelijk van de weersomstandigheden) verzamelen Bruine Kikkers en Gewone Padden op hun paaiplaatsen. Geregeld worden er in de directe omgeving van deze paaiplaatsen hoopjes dode, aangevreten amfibieŽn gemeld. Vaak liggen tientallen kadavers op een hoopje langsheen de oever of op een boven de waterspiegel uitstekende boomstronk. Deze slachtingen worden doorgaans aangericht door Bunzing (een marterachtige) en Bruine Rat. AmfibieŽn die werden gepredeerd door een Bunzing kunnen worden herkend aan een opengereten buik en uitstulpende ingewanden. Bruine Rat, daarentegen, zal meestal enkel de billetjes van kikkers en padden aanvreten. In een aantal gevallen zijn beide predatoren rond eenzelfde paaiplaats actief en kunnen de twee types kadavers worden aangetroffen.
Het is niet bekend waarom Bunzing en Bruine Rat overgaan tot zoín Ďoverkillí. Bunzingen leggen in hun holen soms een prooivoorraad aan maar of de op hoop gestapelde kikkers en padden hiermee in verband kunnen worden gebracht is onzeker. Mogelijks wordt het roofinstinct van Bunzing geactiveerd door de rondspringende kikkers en padden. Dit gedrag van Ďoverkillí kan worden vergeleken met Vossen of Steenmarters die soms meerder slachtoffers kunnen maken wanneer ze bv. in een kippenhok binnengeraken.

03: In de tuinvijver zwemmen honderden, misschien zelfs duizenden dikkopjes. Kan dit niet leiden tot een Ďoverbevolkingí? Is het nodig om een aantal dikkopjes weg te vangen en in de buurt in een andere poel uit te zetten?

Neen: dit kan niet leiden tot een overbevolking en het is dan ook niet nodig om dikkopjes weg te vangen. Gewone Padden en Bruine Kikkers verzamelen eind februari, begin maart op vaste paarplaatsen. De geslachtsrijpe mannetjes vormen in het water paarkoren en trachten vooral ís avonds en ís nachts door hun zacht geluid wijfjes te lokken. De voortplantingstijd loopt gemiddeld van half maart tot eind april. De dikkopjes die in grote aantallen in tuinvijvers en poelen worden opgemerkt, zijn larven van beide soorten. Een vrouwtje Gewone Pad zet 2.000 tot 6.000 eitjes af in een drie tot vier meter lang dubbel eisnoer dat rond waterplanten, rietstengels of in het water drijvende takken wordt gewonden. Een vrouwtje Bruine Kikker zet ťťn (heel soms twee) eiklompen af (kikkerdril). Afhankelijk van de grootte van het vrouwtje bevat zoín eiklomp van Bruine Kikker 700 tot 4.500 eitjes. Bij beide soorten komen de eitjes uit na tien tot 14 dagen. Kikkers en padden zijn, in tegenstelling tot watersalamanders - die slechts een paar honderd eitjes afzetten - zogenaamde reproductieve strategen. Ze produceren massaís eieren waarvan slechts weinig tot ontwikkeling komen en uitgroeien tot volwassen dier. De mortaliteit tijdens de eerste ontwikkelingsstadia is enorm hoog: dikkopjes worden gepredeerd door o.a. waterkevers, Geelgerande Watertor (zowel door de larven als door de volwassen individuen), libellenlarven, vissen, eenden, IJsvogels en Blauwe Reigers. Ook volwassen salamanders eten dikkopjes (vooral dan van Bruine Kikker). Tegen eind juni, begin juli zijn de dikkopjes volledig gemetamorfoseerd en verlaten ze de poel om de rest van het jaar aan land door te brengen. Uit onderzoek blijkt dat minder dan 1% van de eitjes volgroeit tot een volwassen, geslachtsrijp individu; 99% sterft dus vroegtijdig door natuurlijke predatie, als verkeersslachtoffer of door vernietiging van de water- of landhabitat. De hoge aantallen dikkopjes zullen dus sterk worden uitgedund waardoor het niet nodig is om dikkopjes uit een tuinvijver of poel weg te vangen en te verplaatsen naar een andere locatie. ĎOverbevolkingí treedt in een ecologisch systeem in evenwicht trouwens niet op. Door zelfregulerende systemen zorgt elke soort ervoor dat er nooit een Ďteveelí ontstaat.

04: Wat moet je doen met een salamander die je tijdens werkzaamheden in de tuin aantreft onder een dakpan, in een houtmijt, Ö?

Salamanders zijn, net als alle andere amfibieŽn, koudbloedig. Dit betekent dat ze zelf geen eigen lichaamswarmte kunnen produceren (warmbloedige organismen kunnen dit wel). De lichaamstemperatuur wordt geregeld door het gedrag aan te passen. AmfibieŽn zoeken tijdens warme en/of droge periodes vaak vochtige, beschaduwde plaatsen op om te verhinderen dat ze zouden uitdrogen. Kikkers, padden en salamanders kan je in landfase dan ook vaak aantreffen onder houtstapels, omgevallen, rottende bomen, golfplaten, gestapelde dakpannen, Ö Wanneer je op zoín plek een amfibie vindt, laat je die daar best zitten. Indien dit niet mogelijk is (omdat bv. de houtstapel wordt weggehaald of de dakpannen worden opgeruimd), verplaats je de amfibie best naar een andere, beschaduwde, vochtige plek in de onmiddellijke omgeving. AmfibieŽn die je op het land aantreft (meestal tussen begin juni eind februari) verplaats je best niet naar een poel.

05: In een woonwijk ligt een aantal tuinvijvers. Bij warm weer maken kikkers (vooral ís avonds en ís nachts) zoín lawaai dat het bijna onmogelijk is om te slapen. Hoe kan hieraan worden verholpen?

In het overgrote deel van de gevallen zijn de Europese Meerkikker en zijn Aziatische verwanten de boosdoener. De Europese Meerkikker begint te roepen van bij het begin van de voortplantingstijd (eind april - begin mei). De roep doet denken aan een menselijke lach. De soort heeft haar wetenschappelijke naam Pelophylax ridibundus dan ook aan dit typische kenmerk te danken (de soortnaam ridibundus is afgeleid van het Latijsne werkwoord Ďridereíwat lachen betekent. Letterlijk vertaald betekent de wetenschappelijke naam van de Europese Meerkikker dus Ďlachende groene kikkerí). Deze kenmerkende roep wordt gekarakteriseerd door kort op elkaar volgende ĎkŤ-kŤ-kŤ-kŤ-kŤ-kŤ-kŤ-kŤí-tonen die heel scherp zijn en vaak naar het eind toe licht dalen in toon. Een geluidsfragment kan je beluisteren op HYLA. De roepfrequentie en de periode waarin Europese Meerkikkers (net als de inheemse Bastaardkikkers) roepen, is sterk afhankelijk van het weer en vooral van de lucht- en watertemperatuur. Europese Meerkikkers roepen doorgaans bij warm weer en wanneer de watertemperatuur tussen 17 en 22 įC schommelt. Bij temperaturen beneden de 12 įC stopt doorgaans elke roepactiviteit. Mannetjes van de Europese Meerkikker verzamelen zich in de voortplantingsperiode in paarkoren en brengen er dan hun paringsroep ten gehore. Deze voortplantingsperiode situeert zich tussen eind april en eind mei, alhoewel er - afhankelijk van de weersomstandigheden - verschuivingen kunnen optreden wat de roepperiode betreft. In deze paartijd kunnen de paarkoren voor ernstige lawaaihinder zorgen.
In Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn deze soorten in volle opmars. De Europese Meerkikker heeft in Vlaanderen voet aan wal gekregen als gevolg van accidentele of vrijwillige introducties. De meeste populaties concentreren zich in de vallei van de Boven-Schelde tussen Kortrijk en Gent en in de vallei van de Beneden-Schelde tussen Gent en Schoonaarde. Andere opvallende concentraties werden vastgesteld in de Dijlevallei tussen de taalgrens en de monding van de Dijle in de Rupel, langsheen de benedenloop van de Nete, de Demer, in de Maasvallei, langsheen het Zeekanaal tussen Brussel en Willebroek en de Leuvense Vaart. Vooral in en rond Leuven en Mechelen zijn Europese Meerkikkers vrijwel overal aanwezig en koloniseert de soort zelfs waterpartijen in de binnenstad. In Oost-Brabant is de Europese Meerkikker veruit de meest algemene groene kikker en heeft de soort er op veel plaatsen de inheemse Bastaardkikker volledig verdrongen. In het zuidelijk deel van West-Vlaanderen zijn Europese Meerkikkers vooral geconcentreerd langs het kanaal Kortrijk - Bossuit. In de meeste andere regioís van West-Vlaanderen (zoals in de kustregio of in de polders) is de soort voorlopig schaars. In de noordelijke helft van Oost-Vlaanderen concentreren de grootste populaties zich in het alluvium van de Leie (bv. in het stedelijk natuurreservaat Bourgoyen-Ossemeersen en in de Assels). In Assenede, Sint-Laureins, Watervliet en Wachtebeke werden Europese Meerkikkers in tuinvijvers uitgezet en kon de soort van hieruit heel wat kreken en sloten koloniseren.
Hoe kan aan die lawaaihinder worden verholpen? Sinds 1 september 2009 is het Besluit van de Vlaamse Regering met betrekking tot soortenbescherming en soortenbeheer van kracht. Door dit Besluit van de Vlaamse Regering worden alle inheemse amfibieŽn bij wet beschermd. In dit Besluit worden een aantal verbodsbepalingen opgenomen. Zo is het verboden om inheemse amfibieŽn opzettelijk te vangen, te doden, of opzettelijk en betekenisvol te verstoren (in het bijzonder tijdens de voortplantingsperiode). Ook de Europese Meerkikker wordt door dit Besluit beschermd. Op zich is dit vreemd aangezien Europese Meerkikkers in Vlaanderen in principe in ons land eigenlijk geen inheemse soort is. Wel is het mogelijk dat als gevolg van het ingewikkeld voortplantingsproces tussen Ďgroene kikkersí onderling een Europese -Meerkikker kan ontstaan uit paringen van twee inheemse Bastaardkikkers. Wellicht daarom heeft de wetgever geoordeeld dat Europese Meerkikkers best ook een integrale bescherming kan worden gegeven. Een bijkomende reden voor deze wettelijke bescherming moet zeker ook worden gezocht in het feit dat de meeste leken Europese Meerkikkers niet kunnen onderscheiden van de inheemse Bastaardkikkers. Door Europese Meerkikkers vogelvrij te verklaren, zou dit er ongetwijfeld voor zorgen dat ook veel sterk op de Europese Meerkikkers gelijkende Bastaardkikkers zouden worden verdelgd.
Op dit moment is er, voor zover ons bekend, nog geen rechtspraak waarin het verdelgen van Europese Meerkikker omwille van geluidshinder werd toegestaan. Nochtans voorziet het Soortenbesluit in een juridisch achterpoortje. Het Besluit voorziet in een aantal afwijkingsmogelijkheden. In art. 20 ß1 1į en 2į wordt gesteld dat afwijkingen kunnen worden voorzien in het belang van de volksgezondheid en in het kader van dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale aard. Het valt echter sterk te betwijfelen of de wetgever dit artikel ooit zal inroepen om burentwisten door kwekkende Meerkikkers te beslechten. Vooralsnog ziet het er naar uit dat er slechts ťťn afdoende maatregel geldt: de tuinvijver waarin de Europese Meerkikkers zitten dichtgooien (best tussen november en januari). Belangrijk: heel vaak denken leken dat het irriterende gekwek van Europese Meerkikkers wordt veroorzaakt door Stierkikkers. De roep van Stierkikker is echter gans anders en doet eerder denken aan een misthoorn of aan een in de verte burlende stier. Een geluidsfragment van het karakteristieke, laag rommelende geluid dat best kan worden omschreven als een hol Ďbwhum bwhum bwhumí kan je beluisteren op geluid.

06: Wat te doen met een kikker, salamander of pad in jouw kelder?

AmfibieŽn zoeken tijdens warme en/of droge periodes in de zomer en in het najaar vaak vochtige, beschaduwde plaatsen op om te verhinderen dat ze zouden uitdrogen of om er te gaan overwinteren. Ook (bij voorkeur vochtige) kelders kunnen een geschikte schuilplaats vormen. Wanneer je een amfibie in de kelder aantreft, kan je best eerst de weersberichten raadplegen. Wanneer er nog geen grondvorst is opgetreden en er ook voor de komende twee weken geen grondvorst wordt voorspeld, kan je de amfibieŽn uit de kelder verwijderen en vrijlaten op een geschikte locatie, best zo dicht mogelijk bij de vindplaats (bv. in je tuin). Een (beschaduwde) houtstapel is een goede plek. Je kan ook zelf ťťn of meerdere geschikte plekjes aanleggen door een houten plank (Ī 1 m≤) in je tuin te leggen. Let erop dat deze niet volledig tegen de grond ligt (ruimte van 1 cm volstaat) en bedek ze met een laag dode bladeren, kreupelhout of grasmaaisel.
In vorstperiodes kan je ĎkelderamfibieŽní best laten overwinteren in een plastiekbox in de kelder zelf. Leg in de box een laag bladaarde die je regelmatig van vocht voorziet (bv. met een vernevelaar) en breng enkele ventilatiegaten aan in het deksel. Belangrijk: de temperatuur in de kelder mag niet hoger zijn dan 6 įC. Bij een hogere temperatuur kan je amfibieŽn tijdens de winter tijdelijk laten overleven in een terrarium waarvan de bodem bedekt is met een laag vochtige bladaarde (Ī 5 cm dik) waarin enkele schuilplaatsen beschikbaar zijn (platte steen, stuk boomschors, Ö). Bij temperaturen hoger dan 6 įC zullen amfibieŽn niet in winterslaap gaan en zullen ze geregeld moeten worden bijgevoederd (bv. met kleine regenwormen). In het terrarium moet ook een plat schaaltje met wat water worden geplaatst zodat de amfibieŽn zich zich kunnen bevochtigen om uitdroging te voorkomen.

07: Na een lange aanhoudende vorstperiode (met ijsbedekking op de meeste poelen, tuinvijvers, meanders), worden vaak na dooiperiodes dode, sterk gezwollen kikkers aangetroffen. Hoe komt dit? Kunnen kikkers overwinteren in (dichtgevroren) poelen?Worden amfibieŽn net voor de winter best uit een poel of tuinvijver verwijderd om ze uit te zetten op het land?

Watersalamanders, Bruine Kikkers, Bastaardkikkers en Europese Meerkikkers kunnen zowel aan land als in het water overwinteren. Na een langdurende vorstperiode (met ijsvorming tot gevolg) worden regelmatig dode amfibieŽn in een poel of vijver aangetroffen. De voornaamste oorzaak hiervan is verstikking als gevolg van de productie van Ďmoerasgassení zoals methaan en waterstofsulfide. Deze gassen worden gevormd tijdens de afbraak van dood organisch materiaal (bv. dode bladeren) op de bodem van een vijver door anaerobe bacteriŽn. Het zuurstofgehalte op de bodem ligt lager dan in het midden van de waterkolom of aan het wateroppervlak. Aangezien anaerobe bacteriŽn geen zuurstof nodig hebben om te overleven, kunnen deze zich in zuurstofarme of zuurstofloze omstandigheden goed ontwikkelen, zeker wanneer de waterpartij met een dikke laag ijs en sneeuw bedekt is. Ook padden worden na de dooi soms dood aangetroffen in vijvers of poelen die kort ervoor waren dichtgevroren. Nochtans overwinteren padden zelden of nooit in het water. Soms trekken ze echter al vroeg in het voorjaar (eind januari, begin februari) naar hun paaiplaatsen. Wanneer het dan begint te vriezen en de padden niet tijdig het water kunnen verlaten, verstikken ze. Het heeft geen zin amfibieŽn uit het water te halen wanneer ze in volle winterrust zijn. Om te verhinderen dat kikkers, padden of salamanders in het water zouden overwinteren, wordt best de sliblaag op de bodem regelmatig geruimd (amfibieŽn zullen immers enkel in het water overwinteren wanneer er een dikke sliblaag aanwezig is. Slib wordt best verwijderd tussen begin september - eind november. In die periode zitten er normaal geen amfibieŽn in het water: de larven zijn gemetamorfoseerd en verblijven, net als de volwassen amfibieŽn aan land, en ook de amfibieŽn die in het water overwinteren, zitten in die periode normaal nog aan land.

08: Komen er in ons land giftige kikkers, padden of salamanders voor? Is het gevaarlijk om inheemse amfibieŽn aan te raken?

Alle inheemse kikkers, padden en salamanders beschikken over paratoÔden of gifklieren. Deze gifklieren bevinden zich op de achterzijde van de kop en zijn bij de meeste soorten nauwelijks zichtbaar. Vuursalamander en Gewone Pad beschikken echter over grote, opvallende gifklieren. De paratoÔden scheiden een bufotoxine uit, melkachtig gif af dat o.a. de slijmvliezen prikkelt. Bufotoxine wordt vooral uitgescheiden wanneer amfibieŽn worden bedreigd door natuurlijke predatoren en leidt er vaak toe dat de predator een ingeslikt amfibie zal uitspugen. Bij mensen kan een rechtstreeks contact met dit gif leiden tot lichte huid- en oogirritaties. Handen wassen na rechtstreeks contact met Gewone Padden en Vuursalamanders is dan ook aangewezen.

09: Regelmatig worden er padden gemeld met opengevreten neusholtes. Hoe kan dit fenomeen worden verklaard? Is deze ziekte besmettelijk? Kan deze ziekte enorme schade aanrichten in paddenpopulaties? Wat moet men doen wanneer men zoín aangetast exemplaar aantreft?

Jaarlijks komen (vooral in juli en augustus) bij Natuurpunt meldingen binnen van padden en kikkers met opengevreten neusholtes. Deze huiveringwekkende berichten hebben bijna altijd betrekking op padden die lijden aan een huidmadenziekte die wordt veroorzaakt door de Groene Paddenvlieg. Deze parasitaire vlieg richt vooral schade aan bij Gewone Padden en heeft haar wetenschappelijke naam Lucilia bufonivora niet gestolen (letterlijk vertaald betekent bufonivora immers Ďpadden vretendí). De vlieg legt eitjes op de rug, flanken of dijen van zijn slachtoffer zodat de potentiŽle gastheer ze niet kan afvegen. De eitjes komen kort nadien uit en de jonge, kleine maden kruipen direct naar de neusholten van hun gastheer. De maden zorgen voor irritatie in de neusholte, maar de gastheer heeft hiertegen geen enkel verweer. Wat lijkt op een onschuldige snotneus groeit uit tot een kluwen van maden die zich tegoed doen de slijmvliezen, het omliggende kraakbeen en weefsel in de oogholten en de hersenen. Op de vitale delen na eten ze van het weefsel en wondvocht zodat bij de pad grote gaten rondom de neus ontstaan. Als de maden volgroeid zijn en klaar zijn om zich te verpoppen, sterft de pad. De maden kruipen dan de grond in en verpoppen. Na enkele weken komen uit de pop nieuwe Groene Paddenvliegjes tevoorschijn die op hun beurt weer andere padden kunnen besmetten en kan de ganse cyclus zich herhalen.
De geÔnfecteerde padden vertonen vaak een opvallend gedrag waardoor ze sneller worden opgemerkt door oplettende wandelaars. Zo kan je zieke padden overdag zien kruipen in de zon, zonder enige beschutting. In sommige jaren en gebieden kunnen veel slachtoffers worden gevonden. De Groene Paddenvlieg kan binnen ťťn zomer drie generaties voortbrengen. Deze grootschalige slachtingen kunnen een lokale populatie een flinke knauw geven, maar de soort zal hierdoor, zelfs op een kleinschalig niveau, niet uitsterven. Dit alles behoort tot de dynamiek van de natuur, zij het een erg onsmakelijke. Waarnemingen van infecties van door deze parasitaire vlieg zijn voornamelijk bekend bij Gewone Pad, maar in Europa zijn ook infecties bekend bij Rugstreeppad, Groene Pad, Vroedmeesterpad, Knoflookpad, Heikikker, Bastaardkikker, Bruine Kikker, Boomkikker en zelfs Vuursalamander. Alle waarnemingen van de Groene Paddenvlieg kunnen worden ingevoerd op www.waarnemingen.be.


Voor alle info of folders: info@hylawerkgroep.be

Laatste aanpassing: 28-04-2013 20:27:06