Contact
Links
Lid worden
Natuurpunt
Sitemap
Print
Hyla
De amfibieën- en reptielenwerkgroep van Natuurpunt
muurhagedis
muurhagedis
Buik van een muurhagedis

Kenmerken

De muurhagedis (Podarcis muralis) is een kleine afgeplatte hagedis met een lichaamslengte van 6.5 cm en een relatief lange staart van 12 cm. Bovenzijde bruinachtig met zeer fijne beschubbing. Grote kop met opvallend slaapschild. Ongetande halskraag.

De mannetjes hebben een ingewikkelde rugtekening met veel variaties, soms networmige of met laterale strepen. Donkere flanken. De onderzijde is wit, roze, geel en vooral bij mannetjes oranje of baksteenkleurig met zwarte vlekjes. Oude dieren hebben enkele blauwe vlekjes op de flanken. In de paartijd hebben ze een dikke staartwortel.

De wijfjes hebben donkere flanken met twee licht gekleurde flankstrepen. De kleuren van de buikzijde zijn zoals bij het mannetje, maar met puntvormige vlekjes.

De juvenielen lijken min of meer op vrouwtjes maar de buikzijde is wit.

Levenswijze

Verspreiding

De muurhagedis (Podarcis muralis) is in België van oudsher een bewoner van thermofiele plaatsen in de vallei van de Maas en in valleien van zijn bijrivieren. De meest noordelijke populaties van West-Europa leven langs de Maas op enkele terreinen in Maastricht in Nederland (Tilmans et al., 2003) Deze Nederlandse populaties zijn geïsoleerd van de populaties in Wallonië. Over heel haar verspreidingsgebied prefereert de muurhagedis structuurrijke biotopen en in het noordwestelijk areaal vooral door de zon beschenen, eerder droge biotopen waar voldoende stenen of surrogaten ervan (betonplaten, oude muren, enz.) aanwezig zijn.

In Vlaanderen komt de soort niet voor. Het klimaat is te koud voor een succesvolle voortplanting, althans tot voor kort…

Recent worden er foeragerende muurhagedissen waargenomen op twee van elkaar geïsoleerde plaatsen langs de spoorwegberm te Heverlee en te Muizen, beiden toevallig aan een rangeerstation. Aanvankelijk dacht men aan Levendbarende hagedissen (Lacerta vivipara) maar na het doorsturen van digitaal fotomateriaal kwam men tot de vaststelling dat het in werkelijkheid om muurhagedissen ging, meer bepaald om de grote Atlantische vorm P. muralis brogniardi. Recente tellingen resulteerden in de waarneming van soms meer dan 50 dieren per telling, waaronder heel wat juveniele en subadulte. De herkomst van de populatie te Muizen is onbekend: accidentele introductie via transport per goederentrein behoort tot de mogelijkheden. Moedwillige introductie is vermoedelijk de beste verklaring. In elk geval was dat zo te Heverlee. De eerste dieren, een 15-tal, zijn in 1999 uitgezet en het jaar nadien zijn er nog eens 30 langs de spoorwegberm aan het rangeerstation vrijgelaten. Alle dieren zijn afkomstig uit een steengroeve in Wallonië waar men bij de ontginning dynamiet gebruikt. De personen in kwestie dachten dat ze er goed aan deden de dieren daar weg te vangen om ze in Vlaanderen los te laten!

Op beide plaatsen houden de populaties voorlopig stand en breiden zich meer dan waarschijnlijk verder uit. De juveniele muurhagedissen worden vooral gesignaleerd in zogenaamde secundaire biotopen, soms relatief ver van de adulten en kunnen wellicht van hieruit nieuwe, meer favorabele habitats koloniseren. Toekomstige inventarisaties in de komende jaren zullen de evolutie van deze twee populaties op de voet volgen.
UTM-km-hokken waarin de soort is waargenomen (periode 1995 tot heden).


Voor alle info of folders: info@hylawerkgroep.be

Laatste aanpassing: 02-11-2007 17:44:22