|
|
|
|
|
|
 |
|
Kenmerken
De rugstreeppad (Epidalea calamita) is een vrij grote
pad met opvallend korte poten waardoor hij weinig springt, maar wel
in staat is om snel te lopen. Ze is gemakkelijk herkenbaar aan de
dunne gele streep op de rug. Ze bereikt een maximum lengte van 7 cm.
De mannetjes zijn meestal wat kleiner dan de vrouwtjes. De rugkleur
is grijsbruin met donkere en lichte vlekken. De keel is ongevlekt en
bij de vrouwtjes vuilwit van kleur. De larve van de rugstreeppad is
gitzwart van kleur en iets kleiner dan de larve van de gewone pad:
1.5 tot 2.5 cm.
Top
Levenswijze
De rugstreeppad is vooral gebonden aan
terreinen met droge en losgrondige bodems die snel opwarmen. We
vinden ze voornamelijk in duin- en heidegebieden en geaccidenteerde,
antropogene sites zoals oude klei afgravingen, verlaten zandgroeven,
met zand opgespoten terreinen in haven- en
industriegebieden.
Top
Roep
Mannetjes rugstreeppadden hebben
een goed ontwikkelde uitwendige kwaakblaas en produceren een
schelle, ratelende roep waarbij de verschillende noten
elkaar snel opvolgen. De roep kan men enigszins vergelijken met het
geluid van een nachtzwaluw of met dat van de veenmol.
Top Verspreiding
In de provincie West-Vlaanderen is het areaal
beperkt tot de Kustduinen en komt ze over nagenoeg de gehele
kuststrook voor. In Oost-Vlaanderen worden rugstreeppadden
gesignaleerd in het Waasland, zowel in streken met zandige bodems
als in kleiputten. In de provincie Antwerpen en Limburg is de soort
meer algemeen, vooral op de droge zandgronden In de provincie
Vlaams-Brabant zijn de vindplaatsen eerder geïsoleerd.
UTM-km-hokken waarin de soort is waargenomen (periode 1995 tot heden).
Top
| |
Voor alle info of folders: info@hylawerkgroep.beLaatste aanpassing: 29-10-2007 14:49:44 |