boomkikker_hyla arborea_gijs damen

Kenmerken

De kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris) heeft een groenbruine tot donkerbruine bovenkant met grote en iets kleinere donkerbruine vlekken. Bij de mannetjes zijn op de kop 5 tot 7 donkerbruine strepen aanwezig. De buik is gevlekt en heeft op het midden een helder oranje tot rode band. Een vlektekening is ook aanwezig op de flanken en op de keel. Op de onderzijde van de staart is er een licht- tot helblauw streepje. Tijdens de paartijd hebben de mannetjes een hoge rugkam en huidzomen aan de achtertenen. Deze salamander kan 10 cm groot worden. De vrouwtjes zijn iets kleiner dan de mannetjes en hebben geen rugkam maar de bovenste staartzoom loopt wel door tot voor aan het lichaam. De onderkant van de staart is roodachtig.

In landfase is de rugkam bij het mannetjes veel minder ontwikkeld maar blijft niettemin zichtbaar, evenals de roodblauwe tekening aan de onderkant van de staart. Ze meten maximaal 3 tot 5 cm. Vrouwtjes in landvorm bezitten een donkere getande lijn aan beide zijden van het midden van de rug. Niet zelden bezitten ze ook een roodachtige vertebrale lengtestreep. De onderkant van de staart is oranjerood.

De larve van de kleine watersalamander is vrij licht gekleurd en bezit een staarteinde dat geleidelijk versmalt en in een punt uitloopt. Ze is niet te onderscheiden van de larve van de vinpootsalamander.

Levenswijze

Oorspronkelijk is de kleine watersalamander een bewoner van laaglanden en steppen. Hij komt het meest voor in ontboste gebieden en in cultuurlanden. Hij bezet een grote waaier aan zowel water- als landbiotopen. Men vindt hem vooral in ondiepe, onbeschaduwde, doorgaans rijk begroeide, stilstaande waters zoals vijvers, poelen, sloten en greppels, voedselrijke vennen en zelfs veedrinkbakken. Ook nieuw aangelegde poelen en tuinvijvers worden vrij snel gekoloniseerd. Wat landbiotoop betreft vindt men hem in duinen, polders, graslanden (zowel voedselarm als - rijk), heiden, moerassen en bossen in het laagland als in heuvelachtige streken.

De kleine watersalamander heeft de kortste voortplantingsperiode van onze 4 inheemse soorten. De volwassen dieren verlaten dan ook vrij snel het water, namelijk begin mei. De paartijd begint in april en duurt tot einde mei. Na 2 tot 4 weken komen de larven uit de eitjes. Ze metamorfoseren meestal in augustus - september.

Verspreiding

In Vlaanderen en in de meestal andere provincies van België is deze soort nog vrij algemeen maar er is de laatste jaren toch een duidelijke achteruitgang te zien. In de Ardennen is hij eerder zeldzaam te noemen. Het is de enige salamandersoort die ook in grote aantallen in de kustpolders wordt aangetroffen. In het heuvelland van het zuidoosten van Oost-Vlaanderen, het Brabants heuvelland en de Kempen daarentegen is hij veel schaarser. Hij heeft een nood aan zonbeschenen weidepoelen.
UTM-km-hokken waarin de soort is waargenomen (periode 1995 tot heden).

Voor alle info of folders: info@hylawerkgroep.be

Laatste aanpassing: 03-06-2016 15:18:28